De Alien kreeg nu haast en wendde zich van de prinses
af. Hij gebaarde naar het vierspan dat ze hem moesten
volgen. De zaal uit, dieper de tempel in. De prinses
volgde hen niet. Sarah keek nog eens om maar de prinses
reageerde daar niet op. Ze vroeg zich af waarom niet. De
Alien marcheerde maar door en het vierspan had geen
andere keus dan het wezen te volgen. Al gauw kwamen ze
in een grote zaal. Een pentagram op de grond. De Alien
gebaarde dat ieder van hen op een punt moest gaan staan
en ging toen zelf naar de top.“Denk erom, wat er ook
gebeurt, beweeg niet. Ga niet van je plek af. En denk
erom niet alleen jullie lopen gevaar maar ook al die
mensen op onze thuiswereld.”
”En de prinses,” vroeg Sarah, “hoe zit het daar dan mee,
wat gebeurt er met de prinses? Het wezen reageerde niet
op haar vraag en Sarah keek naar Lea die haar schouders
ophaalde. Wat konden ze doen, het wezen had hen in zijn
macht. Michael had het wisselen van blikken wel gezien
en vroeg zich ook af wat ze aan de situatie konden doen
maar zag weinig of geen mogelijkheden. David staarde
enkel voor zich uit. Hij vroeg zich af wat het wezen was
wat de prinses had opgeroepen en hoe gevaarlijk het wel
niet was. David hoopte dat zijn vraag nooit beantwoord
werd maar het was al te laat. Een demon materialiseerde
uit de lucht en keek het gezelschap aan.
”Bereid je voor op je doem,” gilde de demon het vierspan
toe en deed een stap naar voren. De Alien gooide zijn
armen omhoog en het vierspan deed hetzelfde.“Zolang
jullie twee aan twee hetzelfde doen, komt het er niet
door heen,” fluisterde de Alien hen toe, “twee aan twee
hetzelfde, meisjes en jongens, jongens en meisjes.”
