Hugo en Bono
Ik wil nog een boterham.
Mama geeft Bono voorzichtig een hapje en kijkt dan naar haar oudste zoon. Nog een boterham, weet je het zeker.
Ja, Hugo knikt fanatiek, ik wil nog een boterham.
En wat moet je op je boterham? Pindakaas, hagelslag, pasta of paté.
Pindakaas, pasta.
Nou, vooruit dan maar, hier heb je een halve boterham met pindakaas en een halve boterham met pasta. En dat is toch heel lief van mama. Geef ze Hugo precies wat hij wil.
Ik wil hagelslag.
Moeder geeft Bono nog een hapje en kijkt verstoord naar  Hugo. Eet eerst je bord maar leeg en als je dan nog honger hebt dan krijg je een boterham met hagelslag. Het klinkt redelijk. Hugo vindt echter van niet.
Nee, ik wil nu hagelslag.
Je krijgt geen hagelslag.
Maar ik wil hagelslag.
Ik wil ook zoveel.
Dan begint Bono te piepen. Hij heeft al zolang geen hapje meer gehad. Moeder kijkt naar hem. Lacht en pakt een stukje brood van zijn bord. Ze stopt het vlug in zijn mond. Je moet gewoon eten Hugo, mama gaat geen nieuwe boterham smeren.
Maar ik wil hagelslag.
Je krijgt geen hagelslag. Eten. Zelf Bono schrikt van de toon van mama. Ze is nu echt een beetje boos. Ik heb wel honderd keer gevraagd wat je op je boterham wilde.
Ik wil hagelslag.
Je hebt pindakaas, pasta, eet dat maar.
Nee!
Mama kijkt Hugo boos aan. Zegt echter niets. Draait zich om naar Bono om Bono nog een hapje te geven. Hugo keek stuurs voor zich uit. Boos. Hij duwt zijn stoel naar achteren. Als of hij wil zeggen: dat eet ik niet.
Dan eet je maar niet, mompelt mama, hier Bono nog een stukje brood. Bono kraait van plezier. Jij lust je brood wel, hé, Bono, jij wel, jij eet wel voor tien, hé Bono. Wat een grote jongen, zal mama jou eens lekker knuffelen, zal mama jou eens lekker knuffelen. Ja, dan kraai jij van plezier hé, als er iemand tegen jou praat dan vind jij dat geweldig, hé, kleine Bono. Nou jij bent mama's grote jongen hoor. Hier nog een hapje.
Hugo beseft dat hij geen boterham met hagelslag krijgt. Hij kijkt nog even naar mama en eet dan braaf zijn boterham met pindakaas, pasta op. Mag ik van tafel?
Zo, we zijn bijna klaar, dan bidden we en mag jij van tafel.
Hugo begint een liedje te zingen. Hij verveelt zich. Mama kijkt hem aan en ziet dat zijn bord leeg is. Doe je slab maar af, Hugo dan bidden we en mag je van tafel. En dat vindt Hugo geweldig want dan kan hij weer spelen. Met de trein.