Hugo en Bono
Moeder kijkt naar Bono. Bono huilt. Wat is er Bono? Bono reageert niet echt. Hij huilt wat meer. Wat is er nou Bono? Bono heft zijn handje op. Hij wil beetgepakt worden. He, nee, Bono, nu niet, Mama wil even e-mailen.
Bono ziet dat het niet doorgaat en zet het op een krijsen. Mama wordt boos. Bono, eventjes, als het e-mailtje af is dan pak ik je op. Eventjes wachten. Maar Bono weet niet wat eventjes is. Hij wil nu staan. En krijst de boel bij elkaar. Hugo hoort het en komt aangelopen.
Wat is er mama?
Niets Hugo, ga maar weer spelen.
Maar Bono huilt.
Het gaat zo wel weer goed met Bono. Eventjes dit e-mailtje afmaken. Even wachten.
Hugo kan niet wachten. Hij duikt op Bono af. Stil maar Bono, ik ben er toch. Je hoeft niet te huilen. Kom, pak mijn hand maar.
Bono pakt de hand van Hugo.
Kom maar, zegt Hugo.
En dat doet Bono. Hij trekt aan de hand van Hugo en die houdt stand. Bono trekt zich omhoog. Moeder kijkt er met een schuin oog naar. En dan nog eens.
Wat doe jij nou, gilt ze verbaasd uit. Ze zoekt naar haar fototoestel. Maar dat is dom. Want zo sterk is Hugo niet. Bono valt en zet het op een krijsen. Hugo ook. Want Hugo is geschrokken. Moeder tilt Bono op. Nou, stil maar hoor, Bono. Je bent geweldig. Je bent gaan staan. En jij Hugo, jij bent een geweldige broer.
Ja.
Ja. Moet jij wat drinken.
IJsthee.
Dan krijgt jij ijsthee. IJsthee in de ijsthee beker voor de ijsthee jongen. En daar moet Hugo weer om lachen. En jij Bono, jij mag weer omhoog. Bij Mama. En mama zal je goed vasthouden en dan kan jij gaan staan. Mama schenkt ijsthee in voor Hugo en loopt dan met Bono naar de woonkamer.
Zo, ventje, laat eens zien wat je kan. Ze zet Bono neer. Bono zet het weer op een krijsen. Moeder steekt haar hand uit. Bono kijkt er naar. Nieuwsgierig kijkt moeder wat Bono doet. Hij grijpt haar hand vast. Trekt zich op. Moeder helpt hem. Bono gaat staan. Moeder trekt Bono naar zich toe en kust hem. Bono huilt niet meer. Hij lacht.
Wat doe je, vraagt Hugo.
Ik help Bono staan. Ik ga Bono leren staan. Mama lacht en knuffelt Bono.
Ik ook, zegt Hugo.
Maar jij kan toch al staan.
Nee.
Nou kom dan maar.
Moeder helpt Hugo staan en knuffelt Hugo. Bono begint weer te huilen. O, nee, nou Bono weer. Moeder helpt Bono overeind. Bono lacht. Een trotse lach. Bono is blij dat hij kan staan en moeder is blij voor Bono. En dan is Hugo weer aan de beurt. En dan weer Bono. En zo gaat het de hele middag door. Die avond krijgt vader een voorstelling te zien van zijn jongste zoon. En vader is zo trots. Hij knuffelt Bono. Bono is blij.