Morgen ben ik jarig, zegt Papa. Hugo kijkt verbaasd op.
Papa jarig? Ja, ik ben morgen jarig, zegt papa nog maar
eens een keer.
Nee, ik eerst.
Wat, zegt papa, jij eerst.
Ja, knikt Hugo, ik eerst en dan jij.
Maar jij bent al jarig geweest.
Maar ik heb helemaal niets gehad.
Niets gehad, je hebt een fiets gehad van Oma en Opa en
een trein en een doel en ik kan nog wel even doorgaan.
Niets gehad.
Hugo merkt dat hij zo niet verder komt. Hij kijkt vader
nog eens aan en lacht dan nog een keer.
Eerst ben ik jarig en dan jij en dan Bono en dan mama.
Dus ik eerst.
Ja, jij ben het eerst jarig en jij bent al jarig geweest
dus nu is papa.
Nee, echt niet. Hugo werpt zich op papa schoot en kijkt
hem aan. Ik moet toch eerst jarig zijn, zegt Hugo nog
eens.
Papa kijkt Hugo aan en tilt hem op. Nee, jongen, morgen
is papa jarig. Dan mag jij zingen en krijg ik
cadeautjes. En daarna is Bono jarig en dan mama.
En dan komt Kerstmis ook nog, hé, papa.
Ja, kerstmis en Nieuwjaar en dan ben jij jarig.
Duurt nog wel een hele lange tijd hoor papa.
Dat is zo. Weet je wat, je mag morgen meevieren dat papa
jarig is, is dat goed?
Goed, zegt Hugo. Ik ga taartjes bakken.
Even wachten tot moeder thuis is.
Ik kan het echt wel hoor.
Ik weet het maar moeder wil je graag helpen. Is dat
goed?
Dat is goed, nu ga ik spelen.
Hugo gaat weg. Spelen met zijn trein. Als moeder komt,
gaan ze taartjes bakken.
Waarvoor, vraagt Hugo.
Papa is morgen toch jarig.
Nee, hoor, ik eerst.
Vader begint heel hard te lachen. Hij komt aangelopen.
Strijkt over Hugo zijn haren.
Je geeft niet gauw op, hé jongen, lacht vader en geeft
moeder een kus. Buigt dan naar Hugo en zegt, morgen is
vader jarig, dan Bono, dan moeder en dan jij weer. Is
dat goed.
Dat is goed.
En nu taartjes bakken, zegt moeder en dat doen ze. Want
morgen is vader jarig.
