Lang zal hij leven, lang zal hij leven, gilt Hugo. Bono
gilt mee. Gra, gra, gra, en hij lacht. Papa is jarig,
papa is jarig, gilt Hugo en danst op en neer. Ja, vader
is jarig.
Wakker worden, vader, we hebben cadeautjes.
Wat, cadeautjes, vlug geef hier. Papa wil de cadeautjes
grijpen. Hugo haalt ze vlug weg.
Samen uitpakken, vraagt hij.
Samen uitpakken, knikt vader. Hij krijgt het eerste
cadeautje van Hugo en samen pakken ze het cadeautje uit.
Een landkaart. Van Midden-Nederland.
Bono heeft ook een cadeautje, zegt mama. Vader wil het
cadeautje grijpen. Bono houdt het echter stevig vast.
Samen uitpakken, probeert vader. Bono is niet overtuigd.
Vader pakt het cadeautje toch. Dat vindt Bono niet leuk.
Hij zet het op een gillen. Kom, zegt vader, hier, het
cadeaupapier. Bono pakt het cadeaupapier en kreukelt
het. Het maakt een leuk geluid. Bono is tevreden. Vader
houdt het cadeautje omhoog en gilt, een landkaart van
Noord-Nederland.
Nou, dan kun je vast wel raden wat hierin zit, zegt
moeder. Ze houdt een pakje omhoog.
Vader zet grote ogen op. Een voetbalblad, zegt hij.
Mis, zegt moeder, nou krijg je niets.
Oh, nee, zegt vader. Hij grijpt moeder. Hij wil het
cadeautje pakken. Moeder houdt vader tegen. Bono ziet
het. Bono begint weer te gillen. Hugo ziet het ook. Hij
pakt het cadeautje en rent weg. Vader achter hem aan.
Hugo lacht. Vader bromt, cadeautjes dief, cadeautjes
dief. Hij probeert Hugo te pakken. Het lukt niet. Hugo
is te snel. Uitgeput gaat vader op de grond zitten. Ik
wil mijn cadeautjes, huilt hij. Hugo vindt het zielig.
Hij gaat naar vader toe.
Hier, Hugo gooit het cadeautje in de schoot van vader.
Die pakt het snel uit.
Ach, een kaart van Zuid-Nederland, zegt vader
triomfantelijk. Hij houdt de kaart omhoog. Dank jullie
wel, zegt vader netjes. Dan geeft hij Hugo een knuffel.
Pakt hij Bono op en knuffelt Bono. Mama krijgt ook een
zoen en dan krijgt vader ontbijt op bed. En Hugo zingt
nog een liedje voor hem. Dat vindt vader heel leuk.
Wat gaan we nu doen, vraagt Hugo.
Mijn verjaardag verder vieren.
Nee, zegt Hugo, dat wil ik niet meer. Jij bent jarig
geweest.
Ik ben toch de hele dag jarig.
Daar gaat Hugo niet op in. Wat hem betreft is het
afgelopen.
Er komt nog visite, zegt moeder.
Komen Opa en Oma ook?
Ja, Opa en Oma komen ook.
Goed. Zullen we nu treintje spelen.
Vader knikt. Ze kleden zich aan en gaan treintje spelen.
En dat is ook leuk.
