Papa, kom je buiten spelen?
Nee, vader zit voetbal te kijken. Het
wereldkampioenschap is begonnen.
Oh, kun je dan niet spelen?
Nee, dan kun je niet spelen.
Vader.
Ja, zoon?
Ik moet op het potje.
Nou, snel dan. Vader kijkt geërgerd naar Hugo. Hij wil
voetbal kijken. Dan moet je hierheen komen. Snel. Vader
wil niet achter de televisie vandaan. Opschieten.
Hugo komt aanrennen. Hij kent die toon. Die toon van
vader. Dan duldt vader geen uitstel. En Hugo wil geen
straf. Hugo wil op het potje.
Zo, zegt vader, ben je daar eindelijk. Kom. Hij trekt
Hugo zijn broek naar beneden.
Schoenen uit, zegt Hugo.
O, ja, schoenen uit. Vader trekt zijn schoenen uit. En
dan zijn broek.
Luier doe ik zelf, zegt Hugo.
Het is een broekje, geen luier, je kunt hem zo naar
beneden trekken.
Nee, zegt Hugo, en trekt aan de sluiting.
Vader let niet op. Het is net spannend. Op de televisie.
Bij het voetbal. Oh, gilt vader en kijkt dan naar Hugo.
Nee, niet kapot trekken! Te laat.Hugo heeft het broekje
al kapot getrokken.
Het was een broekje, man, die kun je zo naar beneden
trekken. Hé, Hugo. Nou zitten dan maar.
Hugo gaat zitten. Op het potje. Vader kijkt weer even
voetbal. Dan zegt Hugo, klaar.
Moeder gaat kijken. Vader heeft geen tijd. Vader kijkt
voetbal. Moeder kijkt in het potje.
Gepoept, je hebt gepoept, oh wat goed. Vader kijkt eens,
Hugo heeft gepoept. Vader staat op. Blij verrast. Zijn
zoon heeft eindelijk op het potje gepoept.
Gepoept, gepoept, Hugo heeft gepoept, schreeuwen vader
en moeder blij. Ze knuffelen Hugo. Die is heel
blij.
Knap hoor, zegt vader. Kom, dan gooien we de poep in het
toilet en dan mag jij doortrekken.
Ja, ja, danst Hugo, doortrekken, doortrekken.
En ook handenwassen, gilt moeder.
Hugo loopt met vader en het potje naar het toilet. Vader
gooit de poep erin. Hugo ziet het.
Mag ik nu doortrekken, vader?
Jij mag nu doortrekken, kanjer.
Hugo trekt door. Dag poep. Vader en Hugo zwaaien samen
naar de poep die langzaam in de afvoer verdwijnt.
Weg, zegt Hugo.
Weg, zegt vader, en nu handen wassen.
Hugo wast zijn handen. Vader en zoon lopen samen terug
naar de huiskamer.
Moeder kijkt vader grijnzend aan.
Wat, vraagt vader.
Ze hebben gescoord, zegt moeder.
En dan juicht vader voor de tweede keer. En Hugo juicht
mee. En vader vindt het helemaal niet erg dat hij het
doelpunt heeft gemist. Zijn zoon heeft op het potje
gepoept.
