Hugo en Bono

Langzaam lopen ze het consultatiebureau binnen. Papa, Hugo en Bono. Op tijd zowaar. Papa zucht, het is gelukt. Hij geeft de groeiboekjes aan de mevrouw. Daar staat alles in. Over Hugo en over Bono. De mevrouw knikt.
U mag ze uitkleden hoor.
Hugo kijkt vreemd op. Uitkleden?
Ja, we moeten naar de dokter, zegt vader, kleed jij je zelf maar uit. Dan kleed ik Bono uit.
Hugo wil helemaal niet naar de dokter. Hij begint de huilen. Bono hoort het. Bono begint ook te huilen.
Kom op, uitkleden, beveelt vader, en op houden met huilen. Er is niets aan de hand.
Hugo begint nog harder te huilen. Bono denkt dat kan ik nog veel harder. Vader trekt zich er niets van aan. Hij kleedt een huilende Bono uit. En een huilende Hugo.
Zullen we even wegen? De mevrouw wijst naar de weegschaal. Hugo ziet het met wantrouwen aan.
Ik wil niet wegen, gilt hij, en rent weg. Papa zet Bono op de weegschaal.
8 kilo, zegt de mevrouw.
Zo, zegt vader tegen Bono, jij hier zitten. Dan haal ik je broer. Vader haalt Hugo. Hugo stribbelt tegen. Het helpt niet. Ook Hugo wordt gewogen.
Twaalf kilo, zegt de mevrouw, nu zijn lengte. Dat wordt een heel gevecht. Hugo wil niks. Van Hugo mag niks. Hugo wil het niet. En toch gebeurt het. En dat is niet eerlijk.
U kunt gelijk naar binnen hoor, zegt de mevrouw, de dokter is klaar.
Kom Hugo, lopen.
Hugo loopt niet. Hij wil niet.
Hugo lopen.
Nee.
Kom op. Vader tilt Bono op en brengt hem naar binnen. Bono huilt nog steeds. Papa komt zo, blijf hier maar even zitten. Bono wil niet even zitten. Bono wordt bang. Bono wil niet alleen gelaten worden. Bono zet het op een gillen. En op een kruipen. Vader komt snel terug met Hugo in de houdgreep. Doet de deur dicht en zegt bars tegen Hugo, zitten. Vader is boos. Hij pakt Bono op en probeert hem te troosten. Het help niet. Bono is bang.
Dag dokter, zeg vader tussen het gekrijs door.
Dag meneer, zullen we eerst maar Bono bekijken.
Is goed hoor, dokter, alles is in orde met hem.
Mooi, kan Bono al zitten.
Ja, Bono kan al zitten. Hij zit al heel goed. We nemen Bono al mee op de fiets. Zo goed kan hij al zitten.
Mooi, fijn om te horen, zet u hem maar neer.
Vader zet Bono op zijn kont. Bono valt om. Vader zet Bono nog een keer neer. Bono rolt zo om. Bijna van de tafel af. Vader kan hem nog net opvangen.
Nou Bono, blijf eens zitten. Vader zet Bono weer neer. Bono valt met zijn neus op zijn tenen. En dan om. Vader kijkt heel verbaasd en moet dan een beetje lachen.
Hij kan echt zitten hoor dokter.
Laten we maar kijken of hij overeind komt, zegt de dokter. Ze legt een huilende Bono op zijn rug en tilt hem op. Bono wordt helemaal slap. Zijn hoofd hangt helemaal naar beneden. De dokter legt Bono weer terug. Nou, zegt ze, ik zou hem nog niet meenemen op de fiets. Hij kan echt nog niet veel hoor. En al helemaal niet zitten.
Vader lacht, onzin, hij kan heel goed zitten. Het is een komediant.
De dokter zegt niets. Ze kijkt naar Hugo. Kun jij al praten?
Hugo zegt niets.
Zeg eens gedag tegen de dokter, Hugo, beveelt vader. Hugo kijkt vader alleen maar aan. Zegt nog steeds niets.
Weet je wat dit is, vraagt de dokter. Ze heeft een boekje in haar hand. Met een plaatje. Van een huis. Hugo schudt zijn hoofd. Zegt niets.
Kun jij niet praten, vraagt de dokter nog een keer. Hugo schudt zijn hoofd. Gaat naar vader toe. Hij kruipt weg. Tranen in zijn ogen.
Hij kan praten, dokter en hij kan zitten. Beweert vader nog maar eens.
Natuurlijk meneer, maar misschien is het verstandig dat u een keertje extra langs komt, dan kunnen we zien of het beter gaat. Volgende week misschien?
Goed hoor, zegt vader. Dank u wel. Hij geeft de dokter een hand en pakt Bono op. Ga je mee, Hugo?
Hugo knikt. Ze lopen de kamer van de dokter uit. Naar het afsprakenbureau. Vader zet Bono op het bureaublad. Bono blijft netjes zitten en pakt een potlood. Om mee te spelen.
Wij moeten nog een keer terugkomen, zegt Hugo tegen de mevrouw.
O, was het niet goed.
Nee, zegt Hugo, Bono kan niet zitten en ik kan niet praten.
De mevrouw kijkt Hugo aan. En kijkt naar Bono die netjes zit. Ze begint te lachen. Maar vader lacht niet. Die is een beetje boos. Op Hugo en Bono en dat is niet raar. Of wel?