Hugo en Bono
Hugo wordt wakker. Nee, Hugo schrikt wakker. Hij begint te huilen. En dan te schreeuwen. Zo hard dat moeder er wakker van wordt. Slaperig staat ze op. Ze gaat naar de kamer van Hugo. Hugo huilt heel hard. Zeker een nachtmerrie, denkt moeder.
Wat is er, Hugo? vraagt moeder. Hugo begint nog harder te huilen. Moeder haalt Hugo uit bed. Moeder omarmt Hugo. Moeder probeert Hugo te troosten. Het lukt niet. Hugo blijft huilen. Mama wordt een beetje moe en gaat met Hugo op een stoel zitten. Hugo op haar schoot. Hugo huilt en huilt en als Hugo adem haalt, vraagt moeder: moet je wat drinken.
Nee, schudt Hugo zijn hoofd. Hij wil nog eventjes blijven huilen. Dan haalt Hugo weer luid adem.
Moet je wat drinken, vraag moeder opnieuw.
Ja, nu wil Hugo wel drinken. Hij neemt een hele slok. Uit de fles naast zijn bed. Is het nu beter?
Ja, nu is het beter. Hugo knikt. Hij kijkt mama aan. Ik was vergeten om te werken, snikt Hugo. Ik moet nog werken.
Wat, waar moet je werken dan?
Ik moet aardbeien planten, zegt Hugo.
Kunnen we dat niet morgen doen, vraagt moeder.
Hugo luistert niet. Maar voor je aardbeien plant, moet je eerst ploegen. Ja, toch mama? Hugo kijkt mama met grote ogen aan.
Hugo, het is drie uur in de morgen!
Dan moet je toch eerst ploegen, mama?
Ja, dan moet je eerst ploegen.
Ja, zegt Hugo, en dan zaadjes planten. De zaadjes moeten water. Dan worden de zaadjes plantjes en aan de plantjes groeien de aardbeien. Maar je moet de aardbeien niet gelijk eten hoor, mama.
Oh, waarom niet, vraagt mama. Ze is reuze benieuwd.
Hugo steekt zijn vinger op. De aardbeien moeten eerst rood worden, mama. Helemaal rood. Dan pas kun je ze eten.
Zo, heb jij Jip en Janneke gelezen.
Hugo knikt. Maar het is wel zo, hé mama.
Ja, het is zo, nou laten we morgen dan maar aardbeien planten.
Nee, mama, ik moet vandaag nog werken. Ik was het vergeten. Help je mee.
Hugo, smeekt moeder, het is drie uur in de morgen, het is pikkedonker. Laten we het morgen maar doen. Eerst slapen dan werken.
Maar ik was het vergeten.
Ik weet het Hugo, maar ben jij dan niet moe?
Ja, Hugo was toch wel moe.
Nou, zie je nou wel. Eerst slapen en dan werken. Papa slaapt toch ook. Papa gaat toch ook pas morgenvroeg werken. En mama gaat zo slapen. En ook pas morgenvroeg werken. Dus jij kan ook rustig slapen en pas morgen werken.
Echt waar, mama.
Echt waar, Hugo, kom, dan breng ik je naar bed.
Mama staat op. Ze tilt Hugo op. Ze brengt Hugo naar bed. Moet ik je nog instoppen.
Ja.
Nou, kijk maar uit, ik ben de gekke instopmama. Mama kietelt Hugo bij het instoppen. Hugo lacht weer. Nou, welterusten zoon. En zoon...
Ja, mama.
Niet snurken, hé.
Wel, wel, schreeuwt Hugo en begint de snurken. Mama lacht. Welterusten jongen. Mama gaat de kamer uit. Naar haar eigen bed. Hugo valt in slaap. Blij dat hij nog niet hoeft te werken.