Hugo en Bono

Hugo gaat naar bed. Kleertjes uit. Pyjamaatje aan.  En dan tanden poetsen. Als zijn broek uit gaat, ziet Hugo ineens de pleister. Hij was de pleister helemaal vergeten. Hugo denkt weer aan de prik. Hugo begint te huilen.
Wat is er, vraag vader.
Het doet echt pijn, papa.
Wat doet pijn, Hugo.
De prik, papa. Hugo wijst naar de pleister.
Moeten we de pleister eraf halen, vraagt vader.
Nee, nee. gilt Hugo en rent weg.
Hugo kom, je moet je tanden poetsen.
Vader rent Hugo achterna. Tilt Hugo op. Hugo begint te huilen.
Ik wil lopen, ik wil lopen, het doet zeer.
Vader zet Hugo weer neer. Met een van pijn vertrokken gezicht loopt Hugo naar de badkamer. Om zijn tanden te poetsen.  Vader helpt hem. Daarna moet Hugo naar bed.
Het doet echt pijn, hoor, papa, kreunt Hugo nog eens als vader hem in bed stopt.
Ik weet het, jongen, maar nu kan je die enge ziekte niet krijgen.
Hugo knikt. Hij rolt zich om. Vader wil de deken over hem heen leggen. Hugo gilt, nee, nee, dat doet pijn.
Zullen we de pleister er vanaf halen, dan nemen we de pijn mee.
Nee, niet doen, niet de pleister eraf halen. Niet doen, hoor,
Ik zal het niet doen, zegt vader, ga nu maar slapen.
Hugo valt in een diepe slaap. Je wordt erg moe als je een prik krijgt. Hugo slaapt ook heel lang. En als Hugo de volgende morgen wakker wordt, staat mama bij zijn bed.
Ik ben wakker, zegt Hugo.
Mooi, zegt mama, kom er maar uit.
Het doet nog steeds pijn, mama.
Dan komt door de pleister, zegt mama. We moeten de pleister eraf halen. Als we de pleister eraf halen, neemt Takkie alle pijn mee. Zullen we de pleister er af halen?
Ja, laten we de pleister er maar van af halen, zegt Hugo wijs.
Mama trekt de pleister eraf. En dan trekt mama Hugo een broek aan. Nu de pleister eraf is, vergeet Hugo de prik. Hij lacht weer.
Ik ga Dora spelen, zegt Hugo. En dan mag van mama. Hugo is blij want op de computer spelen is heel fijn.