Hugo en Bono

Hugo en Mama zitten op de bank. Papa mag uitslapen. Bono rent door het huis en onderzoekt van alles en nog wat. Vooral de keukenkastjes. Af en toe kijkt mama op. Weg van de televisie. Ze kijkt naar Bono en roept nee. Bono kijkt verstoord op. Hoe kan mama dat toch weten, ze kijkt toch televisie. Met Hugo.
Dan hoort mama het piepen van het traphekje. Papa is wakker. Papa komt naar beneden. Mama buigt zich naar Hugo toe.
Ik hoor Papa, zegt Mama tegen Hugo. Heb jij de koffiepot al aangezet. Papa wil koffie als hij uit bed komt. Dat ben je toch niet vergeten.
Hugo is het niet vergeten. Hij schuift van de bank af en rent naar de keuken. Naar het koffiezetapparaat. Om het koffiezetapparaat aan te zetten. Dan wordt er koffie gezet. Voor Papa.
Papa opent de huiskamerdeur al. Is de koffie al klaar, bromt Papa. Hugo gilt. Hij is bijna te laat.
Je moet nog even wachten, zegt Hugo tegen Papa, de koffie staat nog niet klaar. Even wachten. Naar buiten jij, commandeert Hugo. Hij loopt naar de huiskamerdeur. Hugo duwt Papa weer naar buiten. Braaf gaat vader weer naar buiten. Om op de gang te staan. Na een tijdje klopt vader op de huiskamerdeur.
Mag ik al binnenkomen, vraagt vader.
Dan hoort vader huilen. Vlug kijkt hij met zijn hoofd om de deur. Om te zien wat er is gebeurd. Vader ziet het gelijk. Hugo is gevallen. Vlug komt vader de huiskamer in en ziet Hugo in de armen van mama. Hugo huilt. Hij is tegen de tafel gevallen. Hij heeft een grote bult op zijn hoofd.
Je moet het ook zeggen als je wakker bent, snikt Hugo, dan hoeven we niet te rennen.
En dat is waar. Vader belooft het. En dan troost vader Hugo en zetten ze samen het koffiezetapparaat aan. Ze kijken samen hoe het water begint te borrelen. En hoe het water in de koffiepot loopt.
De koffie pruttelt al lekker door, zegt vader, kom dat pakken we een kopje. Hugo en vader lopen naar de kast. Ze pakken een kopje maar dan begint Bono te piepen. Hij wil ook een kopje pakken. Vader pakt ook met Bono een kopje. Nu staan er wel twee kopjes op het aanrecht.
Vader zet Bono en Hugo neer en gaat naar Mama. Hij geeft Mama een kusje. En dan gaan ze spelen. En papa vergeet helemaal zijn koffie.
Mama moet lachen.
Waarom lach jij, vraagt Hugo.
Nou, Papa heeft twee kopjes op het aanrecht staan maar nog steeds geen koffie gedronken.
Hugo kijkt naar de twee kopjes op het aanrecht. Hugo  begint ook te lachen.
Ik moet ook een beetje lachen, zegt Hugo tegen vader.
Oh, en waarom moet jij lachen, vraagt vader.
Je hebt nog steeds geen koffie gedronken en daarom moet ik een beetje lachen.
Vader kijkt naar het koffiezetapparaat. De koffie is klaar. Hij staat op. Bono begint gelijk te piepen. Vader moet met hem spelen.
Nee, Bono, nu eerst een kopje koffie. Als vader zijn koffie op heeft dan gaat hij weer spelen.
Bono is het er niet mee eens. Hij gaat huilen. Vader luistert niet. Vader gaat naar de keuken. Hij schenkt een kopje koffie in. Voorzichtig tilt vader het kopje naar de bank want koffie is heet. Hij gaat zitten en dan komt Bono naar vader. Vader tilt Bono op zijn schoot. En dan is het goed. Samen drinken ze de koffie.
Een heerlijk bakje koffie jongen, dat heb je goed gezet, zegt vader tegen Hugo. 
Hugo begint te gloeien. Van trots. Hij is heel blij. Hij kan goed koffie zetten.
Mama heeft ook geholpen, zegt Hugo.
Mooi, zegt vader en neemt een grote slok. En dan gaat Hugo naar zijn keukentje en krijgt iedereen er een koekje bij.
Zelf gebakken, zegt Hugo. Ze vinden het allemaal lekker en genieten nog lang na van het koekje bij de koffie.