Hugo en Bono
Je blijf in de winkel, heb je me gehoord Hugo.
Hugo knikt. Hij heeft het begrepen. Hij kijkt om zich heen. Hugo ziet allemaal bedden staan. Waarom zijn we hier, mama?
Papa en mama gaan een bed kopen.
Waarom?
Omdat we een nieuw bed moeten hebben. Ons oude bed is versleten. Dus gaan we een nieuwe kopen. Blijf jij in de winkel. Niet uit de winkel gaan, Hugo.
Hugo knikt weer. Hij kijkt naar Bono. Bono piept. Bono zit vast in de buggy. Bono mag niet lopen in de beddenwinkel en dat vindt Bono niet eerlijk. Hugo mag wel lopen. Hugo rent de winkel door en springt op alle bedden.
Schoenen uit doen als je op de bedden springt. Hugo gooit zijn schoenen uit. Vader rent naar de schoenen.
Je moet de schoenen niet zo maar ergens neergooien Hugo, dadelijk raken we ze kwijt. En de schoenen zijn duur geweest. Dus wees er een beetje zuinig op.
Hugo luistert niet. Hugo speelt in de beddenwinkel. Hugo speelt heel hard. Hugo krijgt het warm. Snel trekt Hugo zijn jas uit. Dan gaat hij op het elektrische bed spelen. Om daarna weer verder te rennen. Naar het volgende bed. Hugo vindt de beddenwinkel leuk. Zoveel bedden om mee te spelen. Hugo krijgt het er nog warmer van. Hugo trekt zijn broek uit. In zijn onderbroek springt Hugo op het grote bed midden in de winkel. Vader en moeder zien niets. Andere mensen wel. Ze lachen.
Kijk nou, zegt moeder, ze wijst naar Hugo. Hugo dat kan toch niet.
Vader rent naar Hugo. Hugo je broek aan, je kunt hier toch niet in je nakie gaan rond rennen. We zijn in een winkel. We zijn niet thuis. Boos trekt vader Hugo zijn broek aan. En waar is je jas?
Hugo weet het niet.
Ga je jas dan zoeken. Je moet je kleren aanhouden. Je bent niet thuis.
Ik heb het warm.
Ik ook maar ik kleed me toch ook niet uit.
Doe maar, doe maar, juicht Hugo en springt op het bed. Op en neer. Op en neer.
Niet doen Hugo, kom we gaan je jas zoeken.
Vader tilt Hugo van het bed. Ze gaan zoeken. Naar de jas van Hugo. Na lang zoeken vinden ze de jas. En Hugo wordt weer aangekleed.
Mama heeft ondertussen een bed gekocht. Dus ze kunnen naar huis. Hugo rent naar de uitgang en blijft netjes in de deuropening staan. Vader haalt Bono uit de buggy. Bono mag ook nog een stukje lopen. En dat vindt Bono fijn. Ze lopen naar de auto en gaan naar huis. Daar kunnen Hugo en Bono verder spelen. En trekt Hugo zijn broek weer uit. Want thuis is het ook warm. Echt waar.