Hugo en Bono

Krijg papa nog een hand van de hand - geeft - hand?
Bono kijkt vader verwonderd aan. Vader ziet het. Vader steekt zijn rechterhand uit. Bono pakt de hand. Vader juicht.
Ja, dat is goed. De hand - geeft - hand. Vader en Bono schudden de hand. Vader laat de hand vlug weer los los en geeft Bono een zoen.
Dan steekt Bono de linkerhand uit.
Nee, zegt vader, dat is toch niet de hand - geeft - hand. Vader kietelt de verkeerde hand. Bono begint te lachen en stapt achteruit.
Krijgt ik nu weer een handje van de hand - geeft - hand.
Ja, vader krijgt een hand. Van de hand - geeft - hand. 
Bono lacht en laat de hand van vader los. Bono begint te klappen. Dan steekt Bono weer zijn linkerhand uit. Vader kietelt de hand weer. Bono lacht. Bono giert. Bono stampt op de grond en kijkt vader aan met een grote glimlach op zijn gezicht.
Oh, vind jij dat leuk. Vader komt van de bank. Vader komt een stap dichterbij.
Bono ziet het. Bono loopt weg. Bono loopt een rondje om de stoel. Vader loopt achter Bono aan. Dan stopt Bono ineens. Vader bots bijna tegen Bono op. Bono draait zich om en steekt zijn hand uit. De hand - geeft - hand.
Oh, dag meneer, zegt vader, hoe gaat het met u.
Bono zegt niets. Hij kijkt alleen maar. Dan laten ze elkaars handen los en loopt Bono weer snel weg.  En vader loopt weer achter Bono aan. Tot Bono weer stopt.
Nee, zegt vader, dat is niet de hand - geeft - hand. Wacht even, papa zal je kietelen.
Maar daar wacht Bono niet op. Bono rent weer snel weg. En vader rent weer achter hem aan. Wel drie rondjes om de grote stoel. En dan is Bono moe. Hij rent naar de bank en klimt erop. Veilig.
Vader gaat naast hem zitten. Vader puft uit. Bono puft uit. En dan steekt Bono zijn hand weer uit. De hand - geeft - hand.
Oh, zegt vader weer, dag meneer. Want het blijft leuk. Keer op keer.