Hugo en Bono
Mama, wil jij Sinterklaas zijn?
Ik wil wel Sinterklaas zijn, zegt mama.
Dan ben ik zwarte piet en dan gaan we met de stoomboot naar Spanje.
Ja, pakjesavond is geweest, Sinterklaas gaat weer terug naar Spanje, zegt moeder, nou waar is de boot, piet?
Maar piet kijkt Sinterklaas heel aandachtig aan. Zwarte Piet zegt niets. Zwarte Piet kijkt alleen maar.
Waar is de boot, piet, dringt Sinterklaas aan.
Maar zwarte piet wijst naar Sinterklaas. Jij hebt geen baard, zegt zwarte piet verontwaardigd.
Dat mag ik hopen, zegt mama.
Maar voor Hugo is het voorbij. Een Sinterklaas zonder baard, nee, dat kan niet. Hugo kijkt naar vader. Vader heeft wel een baard.
Wil jij Sinterklaas zijn, vader?
Maar mama was toch Sinterklaas.
Nee, mama heeft geen baard.
Gelukkig niet.
Maar jij kan toch Sinterklaas zijn.
Nou, Piet, waar is de stoomboot dan.
Zwarte Piet wijst. De stoomboot is daar, Sinterklaas en de kinderen zijn er al dus moeten we opschieten.
Sinterklaas en zwarte piet rennen naar de stoomboot. Vlug stappen ze in. En dan gaan ze terug naar Spanje.
Bono ziet het met lede ogen aan. Hij wil bij Sinterklaas op schoot zitten.
Nee, gilt Hugo, dit is de stoomboot.
Nou, zwarte piet, zegt Sinterklaas. Wij zijn toch kindervrienden. Dus moeten we lief zijn voor de kinderen.
Maar we zitten op de stoomboot, Sinterklaas. Dan kunnen er toch geen kinderen mee. We gaan naar Spanje.
Ach piet, één kindje kan er toch wel mee. Kom maar kindje, dan mag je bij Sinterklaas zitten.
Sinterklaas neemt Bono op schoot. Maar dan wordt Hugo kwaad.
Ik wil niet meer.
Dan gaan we wat anders doen, zegt vader.
Ik ga met de computer spelen, zegt Hugo.
Goed hoor. Ga je mee Bono. Dan gaan wij met de lego spelen. En dat is ook leuk.
Sinterklaas is nu echt voorbij. Tot volgend jaar, zegt moeder zachtjes maar niemand hoort het. of toch wel?