Papa, ik heb wel eens gevaren.
Papa kijkt verbaasd naar Hugo. Papa weet het niet meer
zo precies. Ja, zegt papa twijfelend, jij hebt wel eens
gevaren.
Ja, naar het Kruithuis.
Ja, zegt papa, dat klopt.
Dan weet ik ook hoe een zeeman leeft.
Oh. Papa moet even heel diep nadenken. Wat bedoeld Hugo
nu? Mama weet het gelijk. Mama begint een liedje te
zingen.
Varen, varen, over de varen, varen, varen, over de zee.
Hugo zingt mee. Wie nog nooit gevaren heeft, weet
niet hoe een zeeman leeft.
Als mama en Hugo uitgezongen zijn zegt Hugo, ik weet hoe
een zeeman leeft. Ik heb gevaren.
Naar het Kruithuis, zegt mama.
Ja, dat was leuk, zegt Hugo.
Zullen we nog een keer varen, vraag papa.
Ja, met Bono, dan weet Bono ook hoe een zeeman leeft.
Dat is lief, zegt mama, waar zullen we heen varen.
Naar de warme landen, gilt Hugo.
Dat is goed, zegt vader, dan varen wij naar de warme landen.
Hugo zit al op het kleed in de woonkamer. Hij begint te
roeien. Vader komt erbij zitten en dan spelen ze bootje.
Wij zijn echte zeemannen, hé vader.
Ja, zegt vader, wij hebben gevaren.
En wij gaan nog veel meer varen. Met Bono.
Bono komt erbij zitten. En dan spelen ze nog bootje en
zeemannen en dat is leuk.
