Hugo en Bono

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

Hugo, Bono, Mama en Papa zijn in de kamer. Ze zingen een liedje. Van Cowboy Billy Boem. Eerst rijdt cowboy Billy Boem op een paard door de prairie. Maar het paard werd veel te moe. Dus ging het paard niet langer mee. Dan mag Hugo een ander dier kiezen. Hugo kiest een kangoeroe. Al gauw is ook de kangoeroe moe. Dan mag Bono een beest kiezen.
Lama, zegt Bono.
Lama, lacht Hugo, wie rijdt er nou op een lama rond, Bono dat kan toch niet, een lama.
Maar Bono wil toch een lama. Dus zingen ze van cowboy Billy Boem op een lama. De lama is ook weer snel moe. Vader is aan de beurt. Vader zegt een vis en begint heel hard te zingen en wie rijdt daar op zijn paard op de prairie. Hugo zingt niet mee. Hij kijkt vader aan. Vader ziet het. Wat is er, vraagt vader.
Op een vis kan je toch niet tijden, zegt Hugo.
Nee, vraagt vader.
Nee, zegt Hugo.
Vader wil al een ander dier noemen. Hugo is hem echter voor. Hugo begint te zingen.
En wie zwemt daar met zijn vis door de prairie, dat is cowboy Billy Boem door de boeven zeer gevreesd.
Vader zingt mee. Als de vis ook moe wordt mag Hugo een dier verzinnen.
Een kikker, schreeuwt Hugo. Vader begint gelijk te zingen: en wie rijdt daar met zijn kikker door....
Nee, schreeuwt Hugo weer, een kikker kan niet rijden. Een kikker kan alleen maar springen.
Springen, aapt Bono na.
Springen, zegt vader, en wie springt op zijn kikker door de prairie. Dat is cowboy Billy Boem door de boeven zeer gevreesd. En als de kikker moe en niet langer meegaat mag moeder een dier verzinnen. Moeder was nog niet geweest. En zo zingen ze nog een tijdje door. Dan wil Bono lezen. En Hugo gaat met de ridders spelen. En dan is het weer even rustig in huis.