Bono kijkt naar vader. Vader kijkt terug. Bono is
zenuwachtig. Hij staat met de rand van zijn trui in zijn
hand. Bono draait en draait en kijkt dan weer naar
vader.
Wat is er, vraag vader aan Bono.
Bono kijkt naar
vader. Vader kijkt terug. Dan rent Bono weg. Bono lacht.
In de keuken draait Bono zich weer om. Hij kijkt waar
vader blijft. Vader zit nog steeds op de bank. Hij
zwaait naar Bono. Bono zwaait terug. Dan komt Bono
langzaam de keuken uit. Bono komt bij vader staan. Bono
kijkt vader aan. Zijn hand speelt met de rand van zijn
trui.
Bono, wat is er toch, vraagt vader nog een keer.
En dan begint Bono te zingen, heel hard, Hemel,
hondenpoep.
Vader kijkt Bono heel verbaasd aan. Hemel, denkt vader,
hondenpoep, wat is dat toch. Hij kijkt Bono nog een keer
aan. Bono blijft doorzingen.
Wolk, hoort vader en dan weer hondenpoep. Vader begrijpt
er niets van. Gelukkig komt Hugo aanrennen en mama. Hugo
en mama klappen. Voor Bono. Ze vinden het heel knap wat
Bono doet. Vader weet niet wat Bono doet. Maar vader
klapt wel mee.
Hij zingt het liedje van Sesamstraat, zegt moeder tegen
vader.
Oh, zegt vader.
Ja, zegt Hugo en zingt mee.
Moeder heeft de tekst. Op internet opgezocht. Ze geeft
vader de tekst en dan zingt de hele familie, ik
stoepkrijt met mijn stoepkrijt. Mensen op de straat.
Bono zingt sommigen woordjes mee. Bal, schreeuwt Bono,
maar ook hemel en hondenpoep en als het liedje afgelopen
is, schreeuwt Bono, nog een keer. Nog een keer. Iedereen
klapt voor Bono. Ze vinden het zo knap. Dat Bono al kan
zingen. En kan praten. Vader geeft Bono een knuffel.
Bono wil geen knuffel. Bono wil zingen. Bono schreeuwt,
nog een keer, nog een keer. Vader lacht. Vader begint te
zingen. Ik stoepkrijt met mijn stoepkrijt. Bono klapt
voor papa. En dan zingt Bono mee. En Hugo. En mama.
Ze zingen een hele tijd. Tot Bono het zat is. En dan
gaan ze wat anders spelen. Met de lego. Ze bouwen een
dierentuin. En dat is ook leuk. En vader kijkt naar
moeder. En moeder kijkt terug. Ze lachen. Ze zijn trots
op Bono. Heel trots.


