Papa zitten. Bono slaat met zijn hand op de bank. Op
de plek waar papa altijd zit. Papa zitten. Bono slaat
weer op papa's plekje. Papa zitten! Bono kijkt vader
verwachtingsvol aan. Papa komt aanrennen. Papa gaat
zitten op zijn plekje.
Zo, en wat nu, vraagt papa aan Bono.
Papa lezen.
Nou vooruit.
Bono rent weg. Naar de kast. Hij rommelt wat in de kast.
Dan heeft hij het boek gevonden. Het dappere hertje. Van
Opa en Oma gekregen. Bono lacht en pakt het boekje op.
Hij rent met het boekje naar papa. Papa pakt het boekje
aan en tilt dan Bono op schoot.
Moet papa lezen, vraag vader aan Bono.
Ja, zegt Bono, lezen.
Vader slaat het boek open en wijst op het eerste
plaatje. Kijk, het hertje.
Ik, gilt Bono en duwt de hand van vader weg.
Wat, zegt vader en begint Bono te kietelen. Giechelend
duikt Bono ineen. Vader kietelt even door en houdt dan
op.
Nog een keer, zegt Bono.
Vader wijst weer op het plaatje.
Ik, gilt Bono meteen en duwt de hand van vader weg.
Vader kietelt Bono weer. Dan slaat hij de pagina om en
wijst alle dieren aan. Bono zegt dan wat voor dieren het
zijn.
Specht.
Hoera, roept vader en wijst op de eekhoorn.
Eekhoorn.
Hoera, roept vader weer en dan zijn ze bij de laatste
bladzijde. Daar staat een plaatje van een bever, een
hertje, beer en een konijn.
Bono begint heen en weer te wiegelen. En dan te zingen.
De bever, de bever, een hertje, een hertje, een beeer,
een beer, konijn.
Vader lacht.
Nog een keer, zegt Bono.
Goed hoor, zegt vader en begint mee te zingen. Zo zingen
ze een hele tijd. Dan is Bono het zat. Hij gaat van
vader's schoot af.
Hé, boek opruimen, zegt vader en geeft het boek aan
Bono. Bono pakt het boek aan. Hij brengt het boek netjes
terug. En dan gaat Bono met de garage spelen. Samen met
Hugo.
