Hugo en Bono

Papa, wil jij een verhaaltje vertellen?
Natuurlijk, zegt papa, ken jij het verhaal van het jongentje dat niet wilde luisteren?
Nee, zegt Hugo.
Nee, gilt Bono.
Nou, er was eens een jongentje dat niet wilde luisteren. Jongentje, kom uit bed, de school begint, gilde zijn moeder. Het jongentje luisterde niet en was dus veel te laat. Oh, jongentje, kun jij boodschappen doen want we hebben geen eten meer. Nog steeds luisterde het jongentje niet en toen vader 's avonds thuis kwam en vroeg waar het eten was, begon moeder te huilen. Hij wil maar niet luisteren vader en nu heeft hij ook al geen eten gehaald. Die avonds huilde het kleine zusje van de jongen die niet wilde luisteren, zich zelf in slaap. Want ze had zo een honger. Maar de jongen luisterde niet. Een regendruppel viel op de vensterbank maar het was geen regendruppel maar een fee. En de fee keek naar de jongen die niet wilde luisteren en zei: Als je niet wilt luisteren, kun je net zo goed van steen zijn. Ik geeft je nog één dag en als je dan nog niet luister, maak ik een standbeeld van je. Nou, dat is niet leuk, hé. Een standbeeld kan alleen maar staan en als zijn ogen dicht zijn, ziet hij niets. Dat wilde het jongentje natuurlijk niet.
Nee, zei Hugo.
Nee, gilde Bono, die met zijn autootjes begon te spelen want het verhaal duurde veel te lang. Vond hij.
De volgende morgen gilde moeder weer naar het jongentje dat niet wilde luisteren dat hij uit bed moest komen. Deze keer sprong het jongentje gelijk uit bed.
Haal jij gelijk maar boodschappen jongentje want ik moet meisje naar de peuterschool brengen. En toen vader 's avond weer thuis kwam en vroeg of het eten al klaar was, zei moeder blij, ja, vader.
Die avond huilde zusje niet meer want ze had genoeg te eten gehad. En de jongen die niet wilde luisteren was veranderd en wilde nu wel luisteren. Dus veranderde hij niet in steen. En ze leefden nog lang en gelukkig.
Vond je het mooi, vroeg vader.
Ja, zei Hugo en ging toen spelen want dat was ook leuk.