Wat wil jij, vraagt Bono. Vader denkt na.
Ik wil een broodje bal, heb je een broodje bal, vraag
vader aan Bono.
Bono denkt na. Nee, zegt Bono.
Heb je geen broodje bal, vraagt Vader verrast.
Even halen, vraag Bono.
Ja, ga maar even halen. Ik heb wel trek in een broodje
bal.
Bono klimt zijn ledikant uit. Op de kruk. En van de kruk
op de grond. En dan rent Bono weg. Naar de andere kamer.
Vader wacht geduldig. Dan komt Bono terug en klimt hij
weer in bed.
Vangen, zegt hij.
Is het een broodje bal, vraagt vader.
Ja, zegt Bono en hij doet net of hij een broodje bal
naar vader gooit.
Zit er mayonaise op.
Nee, zegt Bono.
Oh, dan hoef ik het niet, zegt vader. Hij gooit het
broodje bal terug.
Bono wordt boos. Eten, schreeuwt Bono en gooit het
broodje bal weer naar vader.
Nee, zegt vader, hier, in je haren.
Nee, jij in je haren, lacht Bono. Hij doet weer net of
hij het broodje bal terug gooit.
Nee, jij in je haren, schreeuwt vader. Vader doet ook
net of hij het broodje bal naar Bono gooit.
Zo gaat het een tijdje door. Tot moeder binnenkomt.
Niet met eten gooien, zegt moeder.
Bono kijkt moeder aan. Hij vindt vader niet meer
belangrijk. Wat wil jij, vraagt hij aan moeder.
Ik wil wel een broodje bal, zegt moeder.
Even halen, zegt Bono en hij klimt uit zijn ledikant om
een broodje bal te halen.
Ik wil ook een broodje bal, schreeuwt vader.
Ook een broodje bal, vraagt Bono. Hij kijkt naar vader.
Ook een broodje bal, zegt vader.
En dan gaat Bono twee broodjes bal halen, voor papa en
mama.
Bono, zegt mama voordat Bono de kamer uit is, je gaat zo
naar bed hé.
Bono knikt, zo ja, maar nu nog niet want hij moet eerst
nog twee broodjes bal halen. Daarna hoeft hij toch pas
na bed. Hij kijkt mama aan.
Ja, knikt mama, daarna pas. Eerst een broodje bal halen.
Bono rent weg en haalt een broodje bal. En als papa en
mama het broodje op heeft, gaat hij naar bed. En slaapt
heel rustig want de snackbar gaat pas om twaalf uur weer
open dus hij kan uitslapen.
