Hugo en Bono

Ga je mee Hugo, vraag vader.
Hu, zegt Hugo verbaasd.
Wat zeg je, zegt vader.
Wat zeg je, vraagt Hugo.
Ga je mee naar de stad?
Waarom gaan we naar de stad, vraagt Hugo. Hij staat nog niet op maar blijft op de bank zitten.
Papa en mama zijn vijf jaar geleden in ondertrouw gegaan en dat willen we vieren, zegt moeder. Ga jij ook mee Bono.
Nee, zegt Bono.
Maar we gaan naar de stad, zegt moeder, naar een restaurant. Uit eten. Wil je dan wel mee.
Nee, zegt Bono.
We gaan ook naar de klokken kijken, op de markt. De klokken maken muziek. Probeert vader Bono te verleiden. Ga je dan wel mee.
Ja, zegt Bono.
En jij Hugo, vraag moeder.
Goed hoor, zegt Hugo, niet bijster geïnteresseerd.
Mooi zo, zegt vader, schoenen aan en dan gaan we.
En daar gaan ze. Op de fiets naar de markt. Naar het restaurant. Het is mooi weer dus kunnen ze buiten zitten. Op het terras.
Kijk, zeg vader, daar zijn we getrouwd. Hij wijst naar het stadhuis.
Leuk, zegt Hugo, mag ik chocolademelk.
Dat mag, zegt vader, en wat wil je eten?
Poffertjes.
Weet je het zeker, geen pannenkoeken.
Nee, poffertjes.
En wat wil jij eten Bono, vraagt moeder.
Poffertjes, gilt Bono.
Goed, twee porties poffertjes, twee saté schotels, twee maal chocolademelk met rietjes, ijsthee en een bier, zegt vader tegen de ober. Die gaat het allemaal halen.
Proost, zegt moeder tegen vader.
Proost, zegt vader en stoot zijn bierglas tegen het glas van mama. Dat wil Bono ook. Hij grijpt de fles met chocolademelk. Zwaait er mee naar achter, roept proost en zwaait er dan mee naar voren. Ook al had vader nee geroepen. Iedereen zit onder de chocomelk.
Oelewapper, schreeuwt vader. Hij veegt Bono af. Het lukt een beetje. Genoeg om verder te eten. Maar de jongens lusten geen poffertjes. Ze willen patat. Dus geven papa en mama de jongens hun patat. Dat vindt vader helemaal niet leuk. Mama ook niet. Die hebben zelf bijna geen patat. Maar de jongens wel. Die eten er lekker van. En dan gaat het carillon spellen. Heel mooi. Bono wiegt mee met de muziek. Hugo valt in slaap. Vader glimlacht en betaalt. En dan gaan ze midden op de markt zitten en luisteren. Vader met een slapende Hugo op zijn schoot. Bono die naast hem zit. En mama die foto's neemt. Ze luisteren tot het tijd is om naar huis te gaan.
Vader, waarom moet ik voorop, vraagt Hugo slaperig.
Omdat je slaapt, zegt vader, en in het voorbakje heb je meer steun.
Bono zit trots achter mama. Hij lacht. Hij geniet.
Zijn we klaar met vieren, vraagt Hugo.
Bijna, zegt vader, thuis vieren we  het verder. Met chips. Is dat goed?
Ja, zegt Hugo blij. Ik ben in slaap gevallen.
Kan gebeuren, zegt vader, zullen we het volgend jaar weer vieren?
Goed, zegt Hugo.
Vader kijkt moeder aan. Moeder wil het volgend jaar ook wel weer vieren. Maar dat is voor later. Nu fietsen ze snel naar huis. Om het daar verder te vieren. Met chips. En het duurt wel tot acht uur 's avonds voor ze zijn uitgevierd en iedereen naar bed gaat.