Achtergrondinformatie
Bono is gek op zijn Thomas de Trein.
Ik ben de Delft trein, zegt Bono.
Oh, waar ga je heen, vraagt vader, naar Den Haag?
Ja, naar Den Haag, want Gordon wil niet naar Den Haag, bromt Bono.
En wie brengt de dikke dames club dan naar Zwolle, roept vader in verwarring, die staan nu boos op het perron te stampen.
James.
James, roept vader ongelovig uit, maar die gebruikt die dure kolen uit Wales, James kan toch niet de dikke dames club naar Zwolle brengen.
Nee, zegt Bono, James is in de remise geweest, hij heeft een nieuwe stoomketel.
Echt waar, zegt vader.
Ja, echt waar, zegt Bono, en ik ben Bello, he papa.
Maar Bello moet naar Medemblick. Moet je niet vertrekken. Want treinen vertrekken op tijd.
Bono begint te sissen. Zijn arm gaat van voor naar achteren. Van voor naar achteren. En dan laat hij zijn stoomfluit horen en vertrekt.
Dag Bello, gilt vader.
Dag dikke inspecteur, gilt Bello
terug.
En dan is Bello vertrokken en keert de rust op het station weer terug. De dikke inspecteur pakt zijn krant en begint te lezen.
Hier vindt u spannende verhalen, over Jessica of het vierspan of gewoon korte griezel verhalen.
Hier vindt u verhalen over feeen, ontmoetingen of gewoon wat korte fantasieverhalen.
Hier vindt u korte kinderverhalen over Hugo en Bono of gewoon wat korte sprookjes.
Bono is gek op zijn Thomas de Trein.