De
tovenaar keek in het vuur en zag tot zijn schrik dat Willow de Wilg bijna in
slaap was gevallen. Dat was natuurlijk niet goed want wilgen horen niet te
slapen. Wilgen horen de wind tegen te houden en als die wind dan door de wilgen
waaide dan moesten de wilgen zingen. Zingen over verre landen, over nieuwe, spannende
dingen die over de horizon lagen. Over nieuwe kusten en onbekende, vreemde
mensen. Als de wilg daar niet meer over zong dan zou niemand meer op avontuur
gaan en dat betekende het einde van alle verhalen. Want verhalen gaan altijd
over avonturen. Over dingen die gebeuren en dingen gebeurden enkel in avonturen.
Dus als er geen avonturen waren, dan zou er ook niks meer gebeuren en dan had
je ook geen verhalen.
En er gebeurden dingen omdat Willow de Wilg daar over zong. Nee, de tovenaar wist het gelijk, Willow de wilg moest wakker worden gemaakt zodat Willow de Wilg weer kon gaan zingen. Kijk die wilg eens staan, de tovenaar zag dat er zelfs een nestje in zijn taken was gemaakt en dat was toch wel erg. Iemand moest Willow de wilg waker maken, maar wie?
