
Het duurde niet lang of de vriendelijke reus was de berg af en op de weg naar de stad. De reus liep met grote passen en de stad werd groter en groter. De mensen deden echter wel raar. Ze schreeuwden naar de reus en liepen snel weg. Moeders pakten hun kinderen en renden snel weg. Vaders namen zoveel mogelijk mee. Geen van de mensen bleef staan om met hem te praten. Het leek wel of ze bang waren maar dat kon de reus niet geloven. Hij had toch niemand kwaad gedaan.
De reus begon wat langzamer te lopen. De reus dacht dat de mensen misschien bang waren omdat hij zulke grote passen nam. Ja, dacht de reus, dan kom je heel snel dichterbij en mensen kunnen daar misschien niet tegen. Ik moet het gewoon wat rustiger aan doen, dan zijn ze niet zo bang van mij. De mensen bleven echter weg rennen en de reus begreep er niks van.
