De twee vriendjes keken elkaar aan en
lachten. De jongen daagde het meisje uit die graag meedeed aan het spelletje
dus boog ze zich voorover en kuste het jongentje.
"Hé," zei het jongentje verbaasd en veegde met zijn hand langs zijn wang.
"Ik heb een kusje gepikt," zei het meisje voldaan en lachte. De
vogel vond het maar niks, je pikte geen kusjes en dat was dat.
"Dief," plaagde de jongen terug en dat
had hij misschien beter niet kunnen zeggen want in eens verscheen daar de
zwarte ridder. Altijd voor aan als hij iemand kan plagen, treiteren, pijn
kan doen. De zwarte ridder keek de jongen venijnig aan en bulderde toen:
"Ik weet wel raad met dieven," greep het meisje beet en trok haar op zijn
paard en reed weg.
"Niet doen," schreeuwde de jongen, "het
was een grapje. Ik bedoelde het niet zo. Laat haar los, we waren aan het
spelen. Je mag haar niet meenemen, ze is geen dief, ze is juist lief. Je mag
haar niet meenemen, laat haar los."
De zwarte ridder luisterde niet.
