De vier vrienden zaten in de herberg en keken
spiedend rond om te zien of er nog een avontuur op de
loer lag. Ze zagen de tovenaar echter nergens en
gerustgesteld bestelde de vier vrienden een lekker potje
bier bij de herbergier. Alles leek rustig en er was
blijkbaar geen enkele reden om op avontuur te gaan dus
dronken de vier hun bier en lachten. Gawain zag een
meisje binnen komen. Ze rende alsof ze achterna werd
gezeten en de vier vrienden hoorde buiten het hinniken
van een paard en een boze stem die gilde: "wegwezen."
Het geklater van paardenhoeven weerklonk en het meisje
slaakte een zucht van verlichting.
"Hij heeft alle liedjes gestolen," gilde het meisje en
zeeg ineen.
"Alle liedjes weg," bromde een dwerg achter hen, "wat
een onzin."
De hond die het hoorde wist het echter nog zo net niet.
Het was de hond opgevallen dat de papegaai die altijd
zong, was opgehouden en dat beloofde niet zo veel goeds.
Reken maar van niet. Misschien betekende het wel dat
alle liedjes weg waren want als er geen liedjes meer
zijn, kun je ze ook niet zingen," en dat was een
waarheid als een koe, wist de hond, die wilde zingen van
blijdschap bij zoveel wijsheid maar gewoon geen liedjes
meer wist.
