De tovenaar keek eens om zich heen en vroeg zich voor de zoveelste keer af, waarom levende dingen wel bewogen en andere dingen niet. Waarom zou een kast niet bewegen, of een tafel, of een schuursponsje, ja, dat was een idee, dacht de tovenaar, een schuursponsje dat beweegt. Weet je wat, ik ga een spreuk opzoeken die een schuursponsje doet bewegen, zei de tovenaar luid. Het schuursponsje die het hoorde, grinnikte. Nog even en hij kon bewegen en die nacht sliep het schuursponsje niet van opwinding. De tovenaar zocht ijverig naar een spreuk maar kon er alleen maar één vinden voor een schuursponsje en een fornuis. Waarom dat zo was, wist de tovenaar ook niet maar hij dacht, ach kom op, ik probeer het uit. De tovenaar legde het schuursponsje op het fornuis en sprak de toverformule. Eerst gebeurde er helemaal niets. Nu had de tovenaar ook geen bliksem verwacht of trommel geroffel maar dit helemaal niets, nee, dat was toch ook een verrassing. Hevig trommelde hij met zijn vingers op het fornuis tot het fornuis het zat was en opzij stapte. De tovenaar schrok. Had het dan toch gewerkt?
